Autoriseren van teksten: dit zijn de spelregels:
- Voorafgaand aan het gesprek stuur ik een korte vragenlijst.
- Het interview vindt plaats onder voorwaarde dat ik alle citaten mag gebruiken, op voorwaarde natuurlijk dat de feiten kloppen. Als er achteraf zwaarwegende argumenten zijn om een passage, tekstonderdeel of formulering te schrappen of wijzigen, of als er feitelijke onjuistheden in de tekst staan, neem ik aanpassingen uiteraard over. Redelijkheid is wat dat betreft mijn uitgangspunt.
- De geïnterviewde krijgt eenmalig de gelegenheid de concepttekst te screenen. Suggesties voor verbeteringen zijn uiteraard welkom.
Waar doet Tekst & Verhaal dus niet aan mee:
- "Ik had het zo niet bedoeld. Het staat er nu wel erg cru." Mijn stelregel is simpel: als u niet wilt dat ik het opschrijf, moet u het mij niet vertellen. Ik verdraai niet moedwillig citaten, maar scoor net als andere journalisten wel graag met saillante uitspraken. Als ik die aan u weet te ontlokken, staat het 1-0 voor mij.
- "Mag ik de aangepaste concepttekst nòg een keer zien?" Ook dit antwoord is betrekkelijk eenvoudig: Helaas ontbreekt me daar de tijd voor.
- "Je hebt mijn aanpassingen niet overgenomen." Dat kan kloppen. Zoals gezegd: feitelijke onjuistheden worden altijd gecorrigeerd, maar het is niet zo dat de geïnterviewde eenzijdig bepaalt wat er wel en niet wordt veranderd aan de tekst. Bovendien: veranderingen zijn lang niet altijd verbeteringen.
Een korte toelichting, bezien vanuit het perspectief van de tekstprofessional:
Thijs Niemantsverdriet, redacteur van Vrij Nederland, schreef op 16 januari 2009 in vakblad De Journalist het volgende: "Politici en voorlichters zijn het autoriseren van teksten gaan zien als een gelegenheid om bij nader inzien onwelgevallige uitspraken af te zwakken of zelfs helemaal terug te nemen. Hun commentaar betreft meestal niet alleen hun eigen citaten: ze willen ook dingen veranderd zien in de rest van het artikel. Al met al is het niet uitzonderlijk met een voorlichter aan de telefoon te zitten die je verhaal alinea voor alinea aan een soort bijbelse exegese onderwerpt. Krijgt hij zijn zin niet, dan wordt de hele trukendoos van psychologische oorlogsvoering opengetrokken: 'dat valt ons nou van je tegen', 'je weet toch dat hij het niet zo heeft bedoeld'."
Hoe anders, vervolgde Niemantsverdriet, is dit in de VS, waar het fenomeen autorisatie in het geheel niet bestaat. Van tevoren wordt duidelijk afgesproken of een gesprek off the record is dan wel on the record. Daarna is het aan de geinterviewde om dingen te zeggen waar hij of zij geen spijt van krijgt en aan de journalist om diens woorden consciëntieus weer te geven. Niemand, ook Hillary Clinton niet, zal ooit vragen de tekst van tevoren even te mogen zien.
Niemantsverdriet: "In dit systeem gaat eigenlijk zelden iets mis. Juist omdat de journalist de persoonlijke verantwoordelijkheid heeft om het gesprek waarheidsgetrouw weer te geven, zal hij geen seconde in de verleiding komen om de antwoorden een beetje op te leuken. In Amerika is je reputatie alles wat je hebt, en als het een of twee keer mis gaat, kom je nergens meer binnen."
Volgens Niemantsverdriet moeten we in Nederland ook die kant op. Feit is vooralsnog dat de Raad voor de Journalistiek in het voorjaar van 2007 met een Leidraad kwam die stelt dat de journalist die vooraf een verhaal ter inzage geeft, vrij is om te bepalen hoe hij eventuele op- en aanmerkingen in het artikel verwerkt -tenzij vooraf anders is besproken.