De vleermuis heeft rechten.
Vleermuis in de spouw, het volgende stikstofdossier
Gepubliceerd op maandag 23 februari 2026
De vleermuis is al ‘het volgende stikstofdossier’ genoemd. Maar volgens Anne Vilé van Bouwend Nederland zijn de problemen met vleermuizen kleinschaliger en “overkomelijk”. Met heldere spelregels, landelijke afspraken en innovatieve opsporingsmethoden (zoals de eDNA-methode) is het vleermuisdossier volgens haar goed beheersbaar. Gratis is dat niet. Een quickscan kost minstens 600 euro. Vervolgonderzoeken van tienduizenden euro’s zijn niet uitzonderlijk.
In de spouw van veel Nederlandse woningen wordt een wedstrijd gespeeld, die tussen vleermuizen en mensen. De einduitslag is ongewis. Van de 18 soorten vleermuizen (naar schatting 1 miljoen stuks) houden alleen de gewone dwergvleermuis, grootoorvleermuis, rosse vleermuis, watervleermuis en laatvlieger zich op in onze bebouwde omgeving maar de beschermde status van de vleermuis is iets waar bewoners, aannemers en projectontwikkelaars rekening mee moeten houden want de beestjes hebben een heel bataljon juristen aan hun kant. In Nederland zijn ze opgenomen in de Omgevingswet. Degene die er een in de spouw heeft, moet iets om uit te sluiten dat het beestje iets overkomt.
Monitoring
Bewoners mogen vleermuizen nooit zelf verjagen of openingen dichtmaken. Aanbevolen wordt contact op te nemen met een veldecoloog. Die kan bepalen om welke soort het gaat en welke maatregelen nodig zijn: een vleermuiskast plaatsen of de renovatie uitstellen tot na de kraam- of overwinteringsperiode. Bouwers kunnen te maken krijgen met extra onderzoek en flinke vertragingen. Voor projectontwikkelaars lopen kosten en tijdverlies het meest op, onder meer door extra voorzieningen, inbouwoplossingen en maandenlange monitoring. Zij moeten vaak al in de planfase rekening houden met ecologische onderzoeken en mogelijke maatregelen om een vergunning los te krijgen.
Bouwend Nederland krijgt veel vragen over vleermuizen. Anne Vilé, beleidsadviseur Natuur & Milieu: “Leden vragen ons of zij een ecologisch onderzoek moeten laten uitvoeren of wanneer zij een ontheffing nodig hebben. Ook willen ze weten wanneer zij (na-)isolatie mogen uitvoeren, welke methoden zijn toegestaan, hoe ze vertraging in de planning kunnen voorkomen, wat dit allemaal kost en wat de alternatieven zijn. We krijgen ook veel vragen over werk dat wél uitgevoerd kan worden in periodes waarin vleermuizen niet gestoord mogen worden.”
Sponsje
Vilé houdt de kosten van een eerste quickscan op 600 tot 800 euro. “Bij uitgebreider vleermuisonderzoek, met meerdere veldbezoeken, moet je denken aan 2.500 tot 6.000 euro. Voor grotere projecten kunnen de kosten zelfs oplopen tot tienduizenden euro’s. De grootste kostenpost ligt bijna altijd bij de initiatiefnemer of eigenaar van het project, vaak een ontwikkelaar of aannemer namens een VvE of huiseigenaar.”
Bouwend Nederland maakt zich sterk voor een innovatieve aanpak. Te denken valt aan de eDNA-methode: een soort sponsje waarmee DNA-sporen van vleermuizen in spouwmuren kunnen worden bemonsterd. Vilé: “Bij een negatieve test kun je direct isoleren. Worden er toch sporen aangetroffen? Dan geldt de reguliere procedure. Het gebruik van de eDNA-methode is nog niet in alle provincies toegestaan. Bouwend Nederland verwacht dat dit de komende jaren gaat gebeuren. Dat zou een uitkomst zijn. Het is veel goedkoper en scheelt veel tijd waardoor de druk op het ecologentekort vermindert. Want ja, er is een enorm tekort aan veldecologen.”
Foerageergedrag
Tieme Veen van adviesbureau Hopman en Peters helpt aannemers, ontwikkelaars en architecten bij bodemsanering en doet sinds tien jaar ook ecologische begeleiding inclusief quickscans bij nieuwbouw, dakrenovatie of spouwmuurisolatie. Veen vindt de vergelijking met het stikstofdossier niet zo gek. “Al tegen het plaatsen van een dakkapel wordt bezwaar gemaakt. Dus ja, dit is misschien wel het volgende stikstofdossier. Maar als bouwers de stappen volgen die gemeenten voorschrijven, dan blijft het beheersbaar. Aannemers maken het zichzelf een stuk gemakkelijker als ze natuurinclusief aan het werk gaan, dus de dialoog aangaan met omgevingsdiensten om projecten vlot te trekken. Het is wel lastig dat de regels per provincie en gemeente anders zijn.”
Bij Hopman en Peters kost een quickscan 555 euro. Deze rapportage moet worden ingeleverd bij de vergunningsaanvraag en daaruit moet blijken of er beschermde diersoorten in het geding zijn die gevaar lopen. In Nederland gaat het bijvoorbeeld om dassen, hazelwormen, marters, kerkuilen, steenuilen, huismussen en vleermuizen. Veen: “ Mocht de quickscan uitdraaien op een nader onderzoek, dan wordt het nog een stukje lastiger want het dier staat voorop. Wij moeten gaan monitoren: ‘s avonds en s’ nachts kijken we met camera’s naar woon- en foerageergedrag. De opdrachtgever moet een plan schrijven voor maatregelen. Een vervolgonderzoek kan 4.000 euro tot 40.000 euro kosten, inclusief planning voor mitigerende maatregelen, toestemming en rapportages. Voordat dit allemaal is geregeld, ben je zomaar anderhalf jaar verder. Zorg als aannemer dus dat je je goed laat informeren over de locatie voordat je een bouwproject begint. Wij hebben momenteel contact met een aannemer die tegen een bouwstop is aangelopen omdat hij niet het juiste rapport had aangeleverd.”









