Mijn visie op hoogbouw in toch gezellig Rotterdam

Met 215 meter zal de Zalmhaventoren in 2022 het hoogste gebouw van Rotterdam zijn. Er gaan zelfs stemmen op om te bouwen tot 250 meter. Dat is niet zo vreemd gezien de verdichtingsopgave van de stad. Het aantal inwoners stijgt van 644.000 nu naar 693.000 in 2035. Wat betekent dit voor de leefbaarheid van de stad? Journalist en oud-Rotterdammer Ton Verheijen nam alvast een voorschot op de nieuwe Hoogbouwvisie, die later dit jaar verschijnt.

 

Van 1989 tot 1995 woonde ik als geboren Limburger in Rotterdam-Charlois, een stadsjungle aan de Waalhaven met vooral veel asfalt, beton en stoeptegels. Vanwege de betaalbare huren waren studenten en kansarmen veroordeeld tot Charlois of een andere wijk in Rotterdam-Zuid. Inderdaad: veroordeeld. Ik heb nooit een student gesproken die Katendrecht, Pendrecht, Lombardije, de Tarwewijk of Afrikaanderbuurt op de bucketlist had staan en dat kwam natuurlijk doordat het er zo gruwelijk ongezellig was. Ikzelf had het geluk dat ik woonde aan de Boergoensevliet, een groene oase in de betonnen jungle. Voor mijn deur kwaakten de eenden. In de lente kwamen de knotwilgen uit en werd ik ’s ochtends vrolijk gewekt door het gekwinkeleer van merels en lijsters.

Aan de overzijde van de Nieuwe Maas ontstond in die tijd Manhattan aan de Maas. Daar was ik behoorlijk van onder de indruk. Mateloos gefascineerd vergaapte ik me tijdens nachtelijke wandelingen aan het futuristisch witte Erasmus MC en aan de hoogbouw langs de Willemskade. Niets minder dan wolkenkrabbers waren het voor mij als provinciaal. Ook het WTC-gebouw aan het Beursplein vond ik interessant, een gifgroene cilinder van gespiegeld glas, die respect afdwong met zijn 93 meter. Zoiets hadden we in Limburg niet.

In de jaren negentig kwam de Rotterdamse hoogbouwdrift goed op stoom. In 1992 werd de Delftse Poort opgeleverd, met 151 meter destijds het hoogste gebouw van de stad. Een decennium later verschenen onder meer New Orleans (158 meter) en de Maastoren (165 meter). En zo ging het verder. Maar liefst twintig torens van 100 meter of meer heeft Rotterdam inmiddels en er komen er nog zo’n twintig bij in de komende jaren. De Sax-toren (170 meter) op de Wilhelminapier en de Zalmhaventoren (215 meter) in het Scheepvaartkwartier worden de nieuwe blikvanger. Die laatste zal in 2022 de hoogste woontoren van de Benelux zijn.

Integrale visie
Grenzeloos ambitieus is Rotterdam als het gaat om (megalomaan?) hoog bouwen. Volgens VVD-wethouder Bas Kurvers moeten torens van 250 meter in de toekomst kunnen. Goed verhaal! Maar in de algehele euforie zouden we bijna vergeten dat hoogbouw een middel is om de woningnood op te lossen, geen doel op zich. We zouden bijna vergeten dat er aan hoogbouw ook een keerzijde zit. Vraagstukken op het gebied van duurzaamheid, mobiliteit en verkeersdoorstroming worden complexer en moeten getackeld worden met een integrale visie op stadsontwikkeling.

De laatste Hoogbouwvisie van Rotterdam is van 2011. Daarin gaven Emiel Arends en Arjen Knoester  van de gemeente Rotterdam hun kijk op hoogbouw. Veel relevants kwam aan bod: de zogenaamde ‘hoogbouwzones’ en ‘comfortzones’, techniek, brandveiligheid, architectonische variatie, diversiteit in woningtypes, daklandschappen, parkeerbeleid, autoveiligheid en duurzaamheid. Al deze issues zullen ongetwijfeld weer de revue passeren in de nieuwe visie, die breder zal zijn dan de vorige, alleen al omdat Rotterdam straks ook buiten het centrum wil gaan bouwen op strategische (verkeersknoop)punten. In Pompenburg en Prins Alexander, langs de Rijnhaven, bij het Zuidplein en in het toekomstige Feyenoord City moeten torens komen voor burgers, bedrijven en horeca.

De nieuwe Hoogbouwvisie moet zijn opgewassen tegen de complexiteit van vandaag. Neem nou energieneutraliteit, in hoogbouw een stuk moeilijker te bereiken dan in laagbouw. (Bij meer dan zeven verdiepingen is het dakoppervlak te klein om zonnecollectoren het hele gebouw van stroom te voorzien.) Ook kan de fragiele balans tussen wonen, werken en recreëren verstoord raken. Groenvoorzieningen? Kan zomaar een sluitpost worden op de begroting. Hoe zit het met afvalverwerking? Met verkeersdoorstroming? Dat is al een bottleneck zonder hoogbouw, laat staan mét. Hoe wordt gekeken naar daglichttoetreding, bezonning en die vervelende windhinder rond hoge torens? Wordt de menselijk maat in de architectuur niet vergeten? Blijft de stad wel prettig leefbaar? Kun je nog ergens je hond uitlaten?

Op al deze vragen had ik graag een antwoord gegeven door de opstellers van de nieuwe Hoogbouwvisie aan het woord te laten. Maar zij houden hun lippen stijf op elkaar tot die visie later dit jaar verschijnt. Dus sprak ik een aantal specialisten om mijn eigen conclusies te trekken.    

Digital twin
“Zonder technologie kunnen we niet de hoogte in”, zegt ing. Frank Vieveen , programmamanager Smart City van de gemeente Rotterdam. “We zijn bezig met een digital twin, een digitale kopie van de stad.” Vieveen legt uit dat projectontwikkelaars voortaan eerst het 3D-model van de digital twin kunnen bestuderen en scenario’s doorrekenen voordat ze gaan bouwen. Ze vinden in de digital twin 3D-informatie over hoogtes, geluidsniveau’s, de werking van zon en schaduw, implicaties voor het verkeer en de ondergrond met kabels, leidingen, tunnels en funderingen van vroegere gebouwen.

Volgens Vieveen draagt technologie bij aan een efficiënte, schone, goed bereikbare en veilige stad. De stad functioneert, zeg maar, als een geoliede machine, met systemen die verkeersstromen en mensenmassa’s monitoren, sensoren die piepen als de afvalcontainers vol zijn, met camera’s die waken over de veiligheid van de burger op tochtige en verlaten metrostations, met smart grids, elektrische auto’s en slimme woningen met slimme thermostaten, deurbellen en koelkasten, die gekoppeld zijn aan het Internet of Things, zodat vraag en aanbod van stroom voor hele woonblokken kan worden afgestemd. Vieveen: “Aan de techniek zal het niet liggen. Mijn punt is dat we dit integraal moeten benaderen: de stad als geheel. Digitale infrastructuur moeten we nooit aan de markt overlaten want projectontwikkelaars kijken niet verder dan hun eigen project.”

Efficiënt, goed georganiseerd en betaalbaar… is dat wat Rotterdam nastreeft? Ik mis iets. Onwillekeurig denk ik aan een onlangs bewonderd kunstwerk van de kunstenares Annemarie Petri met een veelzeggende titel: ‘De stad waar de mensen werken belangrijker vonden dan gelukkig zijn’. Dat lijkt me toch niet de bedoeling. Een stad is meer dan dat. Ik neem contact op met Jorn Wemmenhove van het bureau Humankind, dat de mens als uitgangspunt neemt. “De menselijke maat wordt vaak vergeten”, vindt Wemmenhove. “Die twijfel heb ik ook als het gaat over de nieuwe Hoogbouwvisie. Het discours over steden gaat vaak over technologie, winstmaximalisatie en controle. Ondertussen holt de geestelijke gezondheid achteruit. Vooral in happy city’s heb je veel eenzaamheid. Hoog, grijs en rechthoekig: studies wijzen uit dat mensen daar depressief van worden.”

Wemmenhove woonde zelf op de 31ste etage van De Rotterdam, de kolossale blokkendoos van Rem Koolhaas op de Wilhelminapier. Hij vond het heerlijk. Wemmenhove: “Ik ben alleen niet representatief. Ik vind het prima dat je samen in de lift staat en niet veel zegt. Ik hou ervan om weg te waaien tussen de torenflats op de Kop van Zuid. Die grootsheid vind ik aantrekkelijk. Ondertussen zie ik ook dat de mensen elkaar niet groeten, dat je je hond niet uit kunt laten en dat het allemaal wel heel stenig is. Te weinig groen is een valkuil. Manhattan zonder Central Park zou ook een ramp zijn.”

Maritiem District
Het contact met de straat en de medemens moet op één staan, vindt Wemmenhove: “De publieke ruimte moet je heilig verklaren. Daar wordt bepaald of mensen zich fijn voelen in de stad of niet. Aan de sociale aspecten in en om zo’n toren moet je heel veel aandacht besteden. Wees creatief met de publieke ruimte.”

Met name de plintfunctie is cruciaal, stelt Wemmenhove (en velen met hem). Is er een gezellig koffietentje waar de buurt gemakkelijk binnenloopt? Is er genoeg glas? (Het oog houdt niet van blinde muren.) Is er een parkje of wandelpromenade? Staat het op de begane grond niet vol met fietsen en afvalcontainers? Is de ingang van de parkeergarage netjes aan het zicht onttrokken? Kun je een praatje maken met de portier? “Hoe persoonlijker hoe beter”, vindt Wemmenhove, die Parijs en Barcelona als geslaagde voorbeelden noemt. Niet voor niks hebben zij stricte regels gesteld die hoogbouw in het centrum verbieden. In Barcelona speelde de stadsplanner Ildefons Cerdà een belangrijke rol. Hij was naast stedenbouwkundige en architect ook gezondheidsspecialist en wilde een goede verhouding tussen dichtheid en sociale kwaliteit.

In fijne steden gebeurt ‘het’ op straat. De buurten zijn dorpen. Iedereen kent de groenteboer. Dat je dit alles heel goed kunt sturen, bewijst het Maritiem District, het gebied rond de Leuvehaven, Wijnhaven en Scheepmakershaven, met The Red Apple (127 meter) als hoogste blikvanger. Architectenbureau KCAP Architects & Planners maakte begin jaren negentig het stedenbouwkundig plan. Binnen een eenvoudige set van basisregels kregen de projectontwikkelaars veel ruimte om met creatieve oplossingen te komen. Zo werden regels opgesteld voor de slankheid van torens (slanke torens worden als prettig ervaren). Bouwkavels mochten niet groter zijn dan 2.500 m² om de menselijke maat niet te verliezen. Grotere kavels werden in tweeën gedeeld. Bovendien moesten de torens deel uitmaken van het bouwblok en een actieve plint hebben met flink veel voorzieningen.

Het stratenplan werd niet veranderd. Toch werd de dichtheid bijna verdriedubbeld. Dat is te merken. Er gebeurt enorm veel in Maritiem District, een levendige buurt met een mix van wonen, werken, restaurants, cafe’s, een drijvend hotel, jachthaven, terrassen en bruggetjes, die de verbinding leggen met andere wijken. Je kunt er eindeloos wandelen. En dromen dat je in Venetië bent.

Appartement zonder keuken
KCAP-partner ir. Ruurd Gietema  was en is nauw bij Maritiem District betrokken en vertelt waarom het concept volgens hem werkt: “Wij denken dat een gebied met dit soort simpele basisregels  langzaam en organisch kan transformeren. Niet grootschalig en top-down. Nee, met een goede balans tussen ‘vastleggen’ en ‘vrijlaten’. Te veel regulering leidt tot middelmaat en ontmoedigt innovatie. Het wordt gebouw wordt niet slecht, het wordt normaaltjes. Wij denken juist dat hoogbouw creativiteit en innovatie aan kan jagen en een laboratorium kan zijn voor meer uitgesproken, groene, CO?-neutrale concepten. Energieprestaties kunnen omhoog met andere materialen en technieken. Door meer prefab te bouwen blijft hoogbouw ook betaalbaar voor mensen zonder dikke portemonnee.”

Gietema hoopt dat de gemeente hoogbouwers kritisch gaat bevragen op zulke aspecten. Naast duurzaamheid en betaalbaarheid wil hij ook “sociale inclusiviteit” terugzien in de Hoogbouwvisie: “Voorkom dat het anoniem en onpersoonlijk wordt. Zorg dat er iets gemeenschappelijks ontstaat. Durf te vernieuwen en kijk ook naar andere steden. In Londen worden woontorens gebouwd met appartementen zonder keuken en met gemeenschappelijke keukens in de publieke ruimte. De bewoners ontmoeten elkaar dáár, of in de cafés en restaurants beneden. Zo zie je maar, de begrippen wonen en werken zijn veranderd. Ook Rotterdam zal daarin mee moeten en dat kan alleen samen met de burgers. Het nieuwe, hoge Rotterdam moet via participatie tot stand komen.”

Klinkt goed. Dus gemeente Rotterdam, stel ons niet teleur. Lever ons een hoge, efficiënte, duurzame, vriendelijke en groene stad met kwakende eenden.

recente artikelen

gepubliceerd in diverse (vak)media

Grootste hackathon wereldwijd in Groningen

Dit voorjaar vond in de Groninger Suikerfabriek ’s werelds grootste hackathon voor blockchain en AI plaats. Zo’n 1.500 ‘hackers’ gingen aan de slag met maatschappelijke thema’s.

Lees artikel »

Mijn visie op hoogbouw in toch gezellig Rotterdam

Rotterdam bouwt momenteel extreem hoge woontorens. Wat betekent dit voor de leefbaarheid van de stad? Journalist en oud-Rotterdammer Ton Verheijen zocht het uit en spreekt zich uit.

Lees artikel »

Eerste steen Amsterdams outletcenter in SugarCity

De eerste steen van ATSO (Amsterdam The Style Outlets) werd gelegd op 21 juni. De voorbereidingen waren complex: “We moesten eerst een nieuw stuk polder creëren.”

Lees artikel »

Virtuele restaurants leunen sterk op slimme software

Sterrenkok Ron Blaauw heeft het virtuele restaurant ontdekt. En niet alleen hij. Virtuele restaurants zijn trending. “De slag wordt gewonnen door beste chef met beste software.”

Lees artikel »

Burgers boos over hoogbouwplannen

Veel gemeentes moeten 'verdichten' en jagen burgers in de gordijnen met hoogbouw. Wat kunnen bouwers doen die de hoogte in gaan en burgers te vriend willen houden?

Lees artikel »

Proef met golfenergie op Texel belooft nogal wat

Uitvinder Erwin Croughs heeft een droom: golfenergie omzetten in elektriciteit. De eerste stap is gezet. Met een subsidie van 2,8 miljoen euro is een pilot gestart voor de kust van Texel.

Lees artikel »

Criminaliteit voorspellen in zenuwcentrum Securitas

In Securitas Operations Center, het Nederlandse zenuwcentrum van de Zweedse beveiligingsmultinational, worden klanten en objecten 24/7 beveiligd. Een reportage.

Lees artikel »

Futuroloog over softskills en virtuele oncologen

De ene futuroloog is de andere niet. Onlangs luisterde ik naar een presentatie van Christian Kromme. En ik was onder de indruk. Hierbij een extract van zijn betoog over tech-trends.

Lees artikel »

Nieuwe auto komt (iets) vaker uit de webshop

Volvo en BMW hebben al stappen gezet. Amazon broedt op plannen en Alibaba heeft vending machines waaruit nieuwe auto’s tevoorschijn komen als kroketten uit de muur. En wij hebben Auto.nl.

Lees artikel »

Samen innoveren in oude RDM-fabriek Heijplaat

Dankzij RDM Makerspace kon de ANWB een slimme fietsverzekering ontwikkelen en Damen Shipyards een scheepsschroef printen in 3D. Een reportage.

Lees artikel »