Architect Tim Vermeend over houtbouwrevolutie

Houtbouw in een dip? “Daar geloof ik totaal niks van”, zegt Tim Vermeend, oprichter van Urban Climate Architects. De huidige 6 procent marktaandeel is terug te voeren op het gedachtengoed van zo’n zeven jaar geleden, toen architecten, engineers en bouwers nog veel stappen moesten zetten voor concurrerende houtbouw. Inmiddels hebben die partijen kennis verworven. Dat gaan we terugzien. Vermeend: “Er staan nu zo’n 35 grote houten gebouwen in Nederland, volgend jaar al 90. We kunnen naar 50 procent marktaandeel.”

“Luister eens hoe stil het hier is. Deze bouwplaats is vol in bedrijf en je hoort bijna niks. Met vier vaklui wordt het hele casco in elkaar geschroefd. Deze jongens kunnen, samen met de kraanmachinist, 500 m² casco per week neerzetten.” Locatie: de vijfde etage van The Urban Woods, een Delfts appartementencomplex in aanbouw. Oplevering: 2026. Architect Tim Vermeend laat trots zien hoe de bouw vordert. The Urban Woods krijgt 10 bouwlagen, 102 woningen, 114 terrassen en 50 bomen. “Modulair, demontabel, biobased, circulair en net zero, met een volledig houten casco. Binnenwanden van vlas. Houtvezel en vlas als isolatiemateriaal.”

Met een hoogte van 33 meter wordt The Urban Woods Nederlands hoogste kolommen balken gebouw zonder betonnen kern. De stabiliteitselementen zijn naar de gevels verplaatst voor extra stijfheid. De draagkracht gaat dus komen uit de balk/kolom-structuur met vloeren van CLT. Ook bijzonder: de houten liftkern. En natuurlijk: de afwezige CO?-uitstoot. In de gebruikte bomen zit CO? opgeslagen, met een negatieve impact op de hele levenscyclus. Opmerkelijk is verder het overdadige gebruik van glas voor zonlichtdoordesemde appartementen en de integratie van veel groen waardoor de biodiversiteit wordt aangejaagd en de natuur wordt binnengehaald in het moderne stadsleven.

Vermeend: “We zijn zelf aandeelhouder van The Urban Woods. We hebben plannen met dit concept in Deventer, Amsterdam, Groningen en Zwolle. Wij willen naar zo’n 3.000 woningen in Nederland toe. Een belangrijke doelstelling is het creëren van sociale cohesie. Het gebouw is ontworpen met grote gemeenschappelijke ruimtes om te sporten, werken en ontspannen, waaronder een daktuin met een hot tub. Zo willen we gevoelens van eenzaamheid en isolatie in onze steden aanpakken.”   

Zitten op A12
Idealist Tim Vermeend is op een missie. Het moet anders, vindt hij. Als burger heeft hij weinig invloed, of het moet zijn als klimaatactivist. “Ik zit op de A12, als getal. Daarmee laat ik zien: ik ben het er niet mee eens.” Als architect heeft hij veel meer impact. Hij kan het verschil maken met gezonde leefomgevingen en gezonde gebouwen. De voedingsbodem voor zijn gedachtengoed ontstond al tijdens zijn studie architectuur aan de TU Delft. Daarna werkte Vermeend voor beleggers die panden aankochten. Het was kort na de kredietcrisis en veel architectenbureaus zaten in zwaar weer. Vermeend nam Van Helden Architecten in Groningen over en begon tegelijkertijd Urban Climate Architects in Delft. De twee vestigingen  groeiden samen gestaag naar zo’n veertig medewerkers. Vermeend’s visie op houtbouw groeide mee.

“Zeven jaar geleden leverden we onze eerste echt grote projecten op, met zo’n 500 woningen ineens. Het ging in die tijd vooral over energiehuishouding en demontabel bouwen. In binnensteden konden we prima transformeren door kleine gebouwen erop te zetten. Omdat we rond 2017 groter werden, kwamen we in aanraking met beton. Dat druiste in tegen het gevoel ‘iets goeds’ te willen doen voor de planeet. We wilden de vraag naar huizen graag beantwoorden maar zagen ook dat milieuvriendelijke projecten in de wat stoffige hoek van pilots zaten. Wij wilden serieuze projecten doen voor een breed publiek, en oplossen op een gezonde manier.”

Maar hoe dan? Vermeend zocht her en der in Europa contact met bevriende architecten. Veel inspiratie vond hij bij het Londense architectenbureau van Waugh Thistleton, die toen al een 40 meter hoog gebouw had neergezet van CLT. “Ik dacht: ik stap op de trein en ga naar die bouwplaatsen toe. Hoe maak je die dingen? Waar komen ze vandaan? Wat zijn de kosten? Wie maakt en levert het? Hoe zitten de frezen in elkaar? Hoe organiseer je de bouw als de bouwer nog niet helemaal bekend is? Wie doet de prefabricage en hoe zit die in elkaar?  Zo kwamen we in contact met mensen in Oostenrijk en Duitsland en gingen we inzien wat de mogelijkheden waren.”

In Nederland was moeilijk vraag te vinden en dus probeerde hij zelf iets: een houten pand met 12 appartementen in het centrum van Delft. “We moesten ergens beginnen. De beleggers vonden het een beetje spannend maar wij konden het regelen met de bank. We wilden echt iets laten zien en voelen. Zo zijn we erin gestapt en die koers hebben we vastgehouden. Sinds drie jaar beginnen we niet meer aan betonnen gebouwen, behalve als het echt noodzakelijk is. Ik schrijf beton niet af maar ga het ook niet onnodig toepassen want we hebben een goed alternatief, dat ook qua prijs concurrerend is.”

Embodied carbon
De houtbouwmarkt komt op stoom. Beleggers, ontwikkelaars, particuliere en zakelijke opdrachtgevers weten Urban Climate Architects te vinden. Vermeend analyseert: “Ik zie nu een transitie ontstaan van energie naar materiaal, met sociale impact. We hebben al relatief veel groene energie maar we vinden het nog moeilijk om te bouwen met minder CO?. Verder zullen we moeten gaan kijken naar ontwerpen met minder installaties.” Vermeend stelt dat de installatiequote in de woningbouw met een kleine 30 procent dermate is gestegen dat er andere oplossingen gezocht moeten worden.

“We moeten zodanig gaan ontwerpen dat we minder hoeven te koelen, op de juiste momenten ventileren en beter isoleren. Die vraag begint nu te ontstaan. Daarbij zie ik ook de vraag naar CO?-arme biobased materialen aantrekken, zoals we ook toepassen in The Urban Woods. Bouwpartijen doen ervaring op met embodied carbon. Ze nemen in hun berekeningen de totale koolstofuitstoot mee die gepaard gaat met de bouw en levensduur van een gebouw. Vanuit de financiële kant en de bouwkant wordt daarop geacteerd.”

Dit alles resulteert in steeds meer grote houten gebouwen: Patch22, HAUT, Juf Nienke, Koffiefabriek, De Houten Leeuw, Knoest, SAWA en Top-Up zijn maar een paar namen uit een groeiend rijtje. Partijen als Arcadis, CBRE, Joulz, TNO, Nest, Achmea en Triodos Bank hebben zich eraan gecommitteerd. Vermeend: “We zitten in de fase dat houtbouw geaccepteerd wordt als normale bouwvorm. Natuurlijk kan het altijd beter. We kunnen bijvoorbeeld betere lijmen maken. Maar we ontwerpen en bouwen nu al gezonder, sneller en efficiënter voor mens en natuur. We slaan CO? op in plaats van dat we het uitstoten. En we bouwen met veel minder mensen, een belangrijk punt gezien het personeelstekort. Daarbij veroorzaakt de bouw weinig tot geen overlast voor de buurt, met een stuk minder vervoersbewegingen en lichtere materialen. Dit verhaal spreekt gewoon een breed publiek aan.”

De volgende stap? Nog minder hout gebruiken en overstappen op vezelgewassen voor CO?-opslag en biodiversiteit. En daarnaast: prefabricage en industrialisatie. Vermeend: “De partijen willen meer grip en opschalen in woonfabrieken. Verdere digitalisering is nodig om de onderdelen goed te kunnen assembleren. Ik zie belangstelling ontstaan voor 2D-assemblage. Het proces wordt in blokken verdeeld. De opdrachtgever vraagt niet om iemand die kan timmeren of een slangetje kan aansluiten maar bestelt een gevel, fundering of E&W-installatie. Het huis wordt in elkaar gezet zoals je een auto bouwt. Wij als Urban Climate Architects koppelen, samen met de ontwikkelaar en bouwer, al die partijen in een digitaal model en bieden bouwers een palet aan goede onderaannemers aan. We zijn ook een beetje smeerolie, met kennis.”

Materialenkennis
Toch wordt er gesuggereerd dat het niet hard genoeg gaat. Zichtbaar geïrriteerd zoekt de ambitieuze architect de juiste woorden: “Daar geloof ik totaal niks van. Jij bent… We zijn verdubbeld en verdubbeld en verdubbeld. In een paar jaar tijd zijn we gegroeid van 2 naar 4 naar 6 procent marktaandeel. Een gigantische groei! Ik denk zelfs dat het niet sneller kan. Als het sneller zou kunnen, zou ik iedereen een taart sturen. We zijn iets nieuws aan het doen. Dan kun je toch niet ineens een marktaandeel van 40 procent verwachten? Hoe dan? We leiden nu mensen op voor assemblage, engineering, ontwerp en materialenkennis. Er is echt iets gaande. Vanmiddag heb ik een workshop met tachtig architecten, die allemaal een opleiding volgen en bereid zijn een handtekening te zetten om op te schalen. Normaal krijg ik nooit tachtig architecten bij elkaar.”

Vermeend pakt zijn laptop erbij: “Wacht, ik zal je een plaatje laten zien. Kijk, deze bol, deze enorme sneeuwbal is niet te stoppen. Er staan nu zo’n 35 grote houten gebouwen in Nederland. Volgend jaar zullen dat er 90 zijn, dat weten we nu al. Het klopt wel dat we extra tempo nodig hebben. Als er meer partijen meedoen, kunnen we naar 50 procent marktaandeel. Daarmee wordt houtbouw de nieuwe standaard. Of de traditionele bouw het laat afweten? Dat vind ik een hele stomme vraag. Niemand laat het afweten. Ze hoeven zich ook niet te schamen. Wel kunnen ze beginnen met embodied carbon, hun gebruikte materialen in kaart gaan brengen, en daarna hopelijk vervolgstappen zetten.”

Dat de traditionele partijen huiverig zijn is logisch, stelt Vermeend. “De staal- en betonsector wil niet afschrijven want dat is gewoon niet leuk. Ze worden nu geconfronteerd met iets wat beter is. In de traditionele bouw zie ik nog geen robotisering op onze schaal. Eens in de zoveel tijd kom ik een metselmachientje tegen. Bij ons gaat dat anders. In Oostenrijk staat een computergestuurde frees die de CLT-platen freest. Er worden pakketjes met schroeven bij geleverd en het spul wordt op transport gezet. Dezelfde dag nog wordt het hier uitgeladen en een week later staat er 500 m² casco, gemaakt met de juiste materialen en bouwmethodes en met oog voor biodiversiteit en energiebalans. Onze projecten moeten er beter uit komen op alle onderdelen. Dat is niet altijd even makkelijk maar wel het doel.”

recente artikelen

gepubliceerd in diverse (vak)media

Vleermuis in de spouw, het volgende stikstofdossier

De vleermuis is machtig. Bouwbedrijven die zich niet aan de regels houden, krijgen geheid juristen op hun dak. Vooronderzoek kan tienduizenden euro’s kosten.

Lees artikel »

Ondanks woningnood blijft de leegstand gigantisch

Nederland telt 12 miljoen vierkante meters potentiële woonruimte in leegstaande panden. Waarom staat deze shortcut naar woonruimte niet op de politieke agenda?

Lees artikel »

AI-tomaat (bijna) volledig autonoom in kas geteeld

Kunstmatige intelligentie dringt tot op celniveau door in de tomaten die we eten. Van zaadje tot rijpe vrucht, van oogsten tot vervoeren: in elk stadium is AI in beeld.

Lees artikel »

Architect Tim Vermeend over houtbouwrevolutie

Houtbouw in een dip? Architect Tim Vermeend van Urban Cimate Architects gelooft er geen hout van: "Houten huizen worden de nieuwe standaard."

Lees artikel »

Studenten strijden voor academische vrijheid

Academische vrijheid? Die is er toch al? Nou nee. Lees het verhaal van Marlon Uljee, student psychologie aan de VU en oprichter van de Vrijmoedige Studentenpartij.

Lees artikel »

Obesitas geen ziekte maar maatschappelijk probleem

Ambassadeur Wim Tilburgs van 'Je Leefstijl Als Medicijn' noemt obesitas en diabetes "geen ziektes maar "maatschappelijke problemen gekoppeld aan je postcode".

Lees artikel »

Yanis Varoufakis: "We zijn dienaren van big tech"

Yanis Varoufakis’ nieuwste boek ‘Technofeudalism’ is een aanklacht tegen de macht van Big Tech. Ik interviewde hem ter aankondiging van het G10-festival in Amsterdam.

Lees artikel »

TASC: nieuw aanvalsplan voor technische talenten

Techniekschool TASC is het Amsterdamse antwoord op het tekort aan vakkrachten. Directeur Odilon Romero: “We hebben nu 140 leerlingen. Dat moeten er 500 worden.”

Lees artikel »

Camera's op bouwplaats tarten privacy personeel

Camera's op bouwplaatsen zijn ingeburgerd voor monitoring van diefstal en koppelingen met bedrijfsnetwerken. De keerzijde is er ook: privacyrisico's.

Lees artikel »

Nanoknutselen in de cleanroom van TU Delft

Het Else Kooi Lab is een cleanroom van wereldformaat. Op 20 maart mocht de pers naar binnen. "De volgende stap? Deeltjes isoleren op atomair niveau op één chip."

Lees artikel »